Voorspoed en volatiliteit in de Nederlandse economie

In de afgelopen veertien jaar zette de Nederlandse economie goede prestaties neer. Tegelijkertijd waren er grote schommelingen in de groei doordat de Nederlandse economie gevoeliger werd voor financiële schokken en voor de mondiale conjunctuur. Een terugblik op de Nederlandse economie in de periode van Nout Wellink’s presidentschap van DNB.

In economisch opzicht heeft Nederland de afgelopen veertien jaar een goede prestatie geleverd. De welvaart is fors toegenomen: het bruto binnenlandse product (bbp) ligt 30% hoger dan in 1997. Binnen Europa was Nederland in 2010 in termen van bbp per inwoner na Luxemburg het rijkste Europese land, en als een van de weinige landen wist Nederland een deel van welvaartsachterstand op de Verenigde Staten goed te maken. Die welvaartswinst boekte Nederland door efficiënter te werken - de arbeidsproductiviteitsgroei lag iets hoger dan in eerdere decennia - en meer mensen bij de arbeidsmarkt te betrekken. Er zijn nu circa 1 miljoen meer Nederlanders aan het werk dan in 1997; niet alleen door de toename van de beroepsbevolking, maar ook door de stijging van de arbeidsparticipatie. Vooral onder vrouwen en ouderen nam de arbeidsdeelname flink toe.

De belangrijkste groeimotor voor de Nederlandse economie was de uitvoer, die drie keer zo hard groeide als het bbp. Nederland plukte meer dan veel andere eurolanden de vruchten van de verdere monetaire en economische integratie binnen Europa. De introductie van de euro reduceerde de wisselkoersonzekerheid en de vergroting van de interne markt bood extra exportkansen. Mede door de gunstige geografische ligging is Nederland anno 2011 een essentieel knooppunt in het sterk gegroeide handelsverkeer van Europa met andere regio’s en een aantrekkelijke locatie voor hoofdkantoren. Het handelsoverschot van gemiddeld 7% bbp impliceert dat Nederlandse bedrijven goed overeind bleven in de concurrentiestrijd op buitenlandse én binnenlandse markten.

De goede Nederlandse prestaties waren mede te danken aan beleidsinspanningen om een vruchtbaarder economisch klimaat te scheppen. Het stabiele begrotingsbeleid vergrootte de bestuurlijke rust en zorgde voor een meer voorspelbare overheid. Daarnaast werd de collectieve lastendruk terug gebracht, de marktwerking versterkt en de ruimte voor ondernemerschap vergroot. De hogere arbeidsparticipatie was het gevolg van veranderende voorkeuren - zo blijven vrouwen met kinderen vaker op de arbeidsmarkt actief - maar ook van gerichte hervormingen. In de afgelopen veertien jaar kwamen er betere faciliteiten voor kinderopvang, verlof en levensloop, werden de regelingen voor werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en vervroegde pensionering grondig herzien, en werd nieuwe wetgeving van kracht over het flexibele contract en de arbeidstijden. Vergeleken met 1997 is de huidige arbeidsmarkt veel dynamischer en flexibeler.

Die flexibiliteit is hard nodig want tegenover alle voorspoed stond ook een grotere volatiliteit. Zoals de grafiek laat zien, ging de Nederlandse economie over hoge toppen en door diepe dalen. In de tweede helft van de jaren negentig was sprake van de langste opgaande fase in decennia, met een groei die op de top van de hoogconjunctuur bijna 6% bedroeg. Door de sterk stijgende huizenprijzen en aandelenkoersen versnelde de consumptiegroei tot rond de 6% - terwijl die sindsdien niet meer boven de 2% uitkwam. De Nederlandse economie kwam  in 2002/2003 piepend en krakend tot stilstand toen de ICT-zeepbel op de mondiale beurzen barstte en de wereldhandelsgroei scherp terugviel. Het duurde vervolgens tot begin 2006 voordat de Nederlandse groei weer boven de 3% uitkwam. Tijdens de kredietcrisis was de Nederlandse groeiterugval zelfs nog sterker dan aan het begin van dit millennium. Gerekend vanaf de top vlak voor de kredietcrisis tot het dal in de eerste helft van 2009 nam de Nederlandse groei met een bijna 10 procentpunt af, van 4,8% in het vierde kwartaal van 2007 tot -4,8% in het tweede kwartaal van 2009.

De grote volatiliteit komt door de veranderde werking van de Nederlandse economie. Als gevolg van het sterk toegenomen belang van de uitvoer, deint Nederland nu nog sterker dan voorheen mee op de golven van de mondiale conjunctuur. In 2010 bedroeg het Nederlandse bbp circa EUR 590 miljard en de export EUR 460 miljard. Er zijn weinig andere landen waar het belang van de uitvoer zo groot is.  Anno 2011 is het onvermijdelijk dat bij een dalende wereldhandel, zoals tijdens de kredietcrisis, ook de Nederlandse economie krimpt. Daarnaast zijn de economieën wereldwijd gevoeliger geworden voor wat er in de (internationale) financiële sfeer gebeurt. Nederlandse banken, verzekeraars en pensioenfondsen werden op grotere schaal in het buitenland actief. En Nederlandse gezinnen hebben niet alleen grotere financiële bezittingen maar ook een grotere schuld. Anno 2011 hebben huizenprijzen, pensioenpremies, financieringscondities, rentevoeten en beurskoersen een grotere impact op de reële economie dan in 1997.

Voor het beleid betekent dit dat er nieuwe uitdagingen zijn bijgekomen. Het is van belang om er voor te zorgen dat de volatiliteit niet ten koste van de voorspoed zal gaan. Om ook in de komende veertien jaar goede prestaties neer te zetten, dient de schokbestendigheid van de Nederlandse economie te worden vergroot en moeten de financiële kwetsbaarheden worden verkleind. Door de vergrijzing is het daarnaast van cruciaal belang te streven naar een verdere verhoging van de arbeidsparticipatie.


Bron: EUFIN