Financieel Ombudsman veroordeelt wijze van kredietverstrekking

Consument vordert vernietiging van een overeenkomst voor het financieren van de aanschaf van een koelkast en een televisie. Consument stelt dat het krediet nimmer verstrekt had mogen worden als de kredietinstelling vooraf, overeenkomstig de wet, haar financiële draagkracht behoorlijk had onderzocht met behulp van loonstrookjes en/of een arbeidsovereenkomst.

De laatste heeft dat nagelaten en is afgegaan op een schriftelijke verklaring van consument waarin zij (onjuiste) gegevens over haar inkomsten verschafte.

Na de verstrekking van het krediet is gebleken dat consument niet of nauwelijks inkomen genoot ten tijde van de kredietaanvraag. De kredietinstelling meent niet gehouden te zijn aanvullend bewijs op te vragen in verband met een door toezichthouder AFM in 2008 gedane aanwijzing voor kredietverstrekking. In deze aanwijzing staat dat bij een kredietaanvraag tot € 5.000, - door kredietinstellingen kan worden volstaan met een schriftelijke, door de consument ondertekende, inkomensverklaring zonder dat daarbij loonstrookjes of een arbeidsovereenkomst aangeleverd moet worden.

De Ombudsman heeft geoordeeld dat, alhoewel de aanwijzingen van de toezichthouder door kredietinstellingen kunnen worden gevolgd, dergelijke aanwijzingen niet de wettelijke bepalingen terzijde zetten. De kredietinstelling heeft derhalve niet aan de wettelijke bepalingen voldaan en had de kredietaanvraag van consument moeten afwijzen. Dit neemt volgens de Ombudsman niet weg dat consument onjuist heeft gehandeld en daardoor eigen schuld heeft aan de totstandkoming van het krediet door schriftelijk onjuiste inkomensgegevens aan de instelling te verstrekken. Deze gang van zaken is van grote invloed geweest op de uiteindelijke, door de Ombudsman gemaakte, schuldverdeling. Hij heeft daarbij aanbevolen om 30% van de openstaande vordering op het krediet kwijt te schelden. (Bron: Kifid)