Hoe luiden de fiscale regels voor (de voorkoming van) bijtelling auto van de zaak?

Samenvatting

Hof Arnhem heeft onlangs in een verwijzingsprocedure uitspraak gedaan over de vraag of de inspecteur bij een werkneemster in 2002 terecht een bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak in aanmerking had genomen. Pikant in deze procedure is dat het oorspronkelijke hof (Hof Den Bosch) in zijn uitspraak was uitgegaan van een onjuiste bewijslastverdeling. De Hoge Raad had in zijn arrest van augustus 2010 aangegeven hoe de bewijslast tussen de partijen ligt. Deze is als volgt. De inspecteur moet aannemelijk maken dat een auto aan een werknemer ter beschikking is gesteld. Slaagt de inspecteur daarin, dan geldt het vermoeden dat de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking staat. Dit vermoeden blijft bestaan tot de werknemer bewijst (de wet spreekt in dit geval van ‘blijken’) dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 km in privé is gebruikt. Voor leveren van dit bewijs kan de werknemer kiezen uit diverse alternatieven: een sluitende rittenadministratie, een schriftelijke afspraak tussen werkgever en werknemer in de vorm van een ‘verbod privégebruik bestelauto’ of een ‘verklaring geen privégebruik’ van de werknemer. Hof Arnhem stelde aan de hand van feiten vast dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de werkneemster wel een auto ter beschikking was gesteld. Nu was het aan de werkneemster om te bewijzen dat zij in enkele maanden van 2002 niet meer dan 500 km met de auto had gereden. Dat bewijs kon zij echter niet leveren. Het hof kwam daarop tot het oordeel dat de inspecteur het door haar aangegeven belastbare inkomen uit werk en woning over 2002 terecht had verhoogd met een bijtelling wegens een auto van de zaak.

Volledig artikel

Als het privégebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto meer bedraagt dan 500 kilometer per jaar, volgt in beginsel een bijtelling op het loon. Voor ondernemers geldt een vergelijkbare regeling waarbij voor het privégebruik van de auto van de zaak een onttrekking (winstuitdeling) wordt aangenomen. Gemakshalve spreken we hierna van een bijtelling. Afhankelijk van de CO2-uitstoot gelden vier tarieven voor de (minimum)bijtelling van de auto van de zaak. Voor 2011 bedragen de tarieven: 0%, 14%, 20% en 25%. Er gelden nog diverse aanvullende regels voor de auto van de zaak. In ons nieuwsbericht van 22 december 2010 hebben we deze in hoofdlijnen weergegeven.

De regels voor (het voorkomen van) het in aanmerking nemen van de bijtelling blijken niet altijd even helder te zijn. Dit blijkt uit een uitspraak van Hof Arnhem in een verwijzingszaak. Het hof moest na verwijzing door de Hoge Raad uitspraak doen over de vraag of de inspecteur bij een werkneemster in 2002 terecht een bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak in aanmerking had genomen.
 
Het oorspronkelijke hof (Hof Den Bosch) had in 2008 uitspraak gedaan en was daarbij uitgegaan van een onjuiste bewijslastverdeling. De Hoge Raad had dat in zijn arrest van 13 augustus 2010 vastgesteld en had vervolgens aangegeven hoe de bewijslast tussen de partijen ligt. Deze is als volgt. De inspecteur moet aannemelijk maken dat een auto aan een werknemer ter beschikking is gesteld. Slaagt de inspecteur daarin, dan geldt het vermoeden dat de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking staat. Dit vermoeden blijft bestaan tot de werknemer bewijst (de wet spreekt in dit geval van ‘blijken’) dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 km in privé is gebruikt. Voor leveren van dit bewijs kan de werknemer kiezen uit diverse alternatieven: een sluitende rittenadministratie, een schriftelijke afspraak tussen werkgever en werknemer in de vorm van een ‘verbod privégebruik bestelauto’ of een ‘verklaring geen privégebruik’ van de werknemer. Hof Arnhem stelde aan de hand van feiten in deze procedure vast dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat aan de werkneemster wel een auto ter beschikking was gesteld. Nu was het aan de werkneemster om te bewijzen dat zij in enkele maanden van 2002 niet meer dan 500 km met de auto had gereden. Dat bewijs kon zij echter niet leveren. Het hof kwam daarop tot het oordeel dat de inspecteur het door haar aangegeven belastbare inkomen uit werk en woning terecht had verhoogd met een bijtelling wegens een auto van de zaak. 

Opmerking
Mogelijk komen binnenkort nog een of meer bewijsmogelijkheden om een bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak te voorkomen. Naar verwachting komt per 1 januari 2012 een nieuw alternatief erbij voor de rittenadministratie: de ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik’. Los hiervan zijn binnen de rijksoverheid nog andere stappen gezet om van de tijdrovende rittenadministratie af te komen. Op 1 juli 2011 hebben minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en staatssecretaris Weekers van Financiën een convenant gesloten dat een einde maakt aan het bijhouden van de rittenadministratie voor niet-herkenbare politievoertuigen. Het convenant bevat een alternatief, minder administratief belastend handhavingsregime dat in plaats komt van de rittenadministratie. De inhoud van het handhavingsregime is op dit moment nog niet openbaar gemaakt.

Bron: Hof Arnhem, 30-8-2011, nr. 10/00347 (gepubliceerd 9-9-2011).