Spies houdt vast aan leegstandsvergunning tweede huis

Minister Spies (Binnenlandse Zaken) houdt vast aan een vergunningsplicht op grond van de leegstandwet bij het verhuren van een tweede, te koop staande woning. Ze stelt dat in antwoord op vragen van het VVD-Kamerlid Betty de Boer

\"\"Steeds meer huishoudens die hun woning tijdelijk hebben verhuurd in het kader van de leegstandswet, komen in de problemen. Zij houden zich niet aan de gestelde regels.

In een contract moet expliciet worden opgenomen dat de verhuur tijdelijk is en plaatsvindt op grond van de leegstandswet. Verder moet zijn vastgelegd dat de huurder meewerkt aan de bezichtigingen door potentiële kopers en dat de verhuurtermijn gelijk ligt aan de duur van de vergunning (maximaal twee jaar, waarna de termijn driemaal met een jaar mag worden verlengd) en dat de woning daarna wordt ontruimd. Bovendien mag er geen betalingsachterstand zijn op de hypotheek. Banken zijn niet altijd happig op tijdelijke verhuur en kunnen de hypotheek direct opeisen, als er niet aan de gestelde regels wordt voldaan.

De Boer stelt in haar vragen aan Spies vraagtekens bij het aanvragen van een leegstandsvergunning op basis van de leegstandswet. Zij vindt het aanvragen van een leegstandsvergunning zeer tijdrovend en bovendien kostbaar. De legeskosten bedragen in sommige gevallen 400 euro.

Volgens Spies is het schrappen van de vergunningsplicht niet in het belang is van eigenaren met een te koop staande woning, noch in het belang van de betrokken huurders. \"Alleen met een vergunning op grond van de leegstandwet weet de eigenaar van te voren dat de huurder maar een heel beperkte huurbescherming heeft en dat de huurovereenkomst daadwerkelijk eindigt na het verstrijken van de termijn van de vergunning. Ook de huurder weet dankzij de vergunning waar hij aan toe is en hoelang zijn huurovereenkomst loopt. Daarnaast helpt de vergunningverlening bij tegengaan van de illegale praktijken van huisjesmelkers\", schrijft de minister.