Levenloos geboren kinderen onder dekking uitvaartpolis

Levenloos geboren kinderen zouden altijd onder de dekking van een uitvaartpolis moeten vallen. Daarmee wordt beter recht gedaan aan de gevoelens van verlies en rouw bij ouders. Dat stelt het Verbond van Verzekeraars op basis van gesprekken met vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties.

Uitvaartverzekeraars hebben eerder de ambitie uitgesproken om de huidige praktijk te heroverwegen in het licht van maatschappelijke, medische en juridische ontwikkelingen.
 
Wanneer een kind na 24 weken zwangerschap levenloos wordt geboren of na de geboorte overlijdt, hebben ouders volgens de Wet op de Lijkbezorging altijd een plicht om het kind te begraven of cremeren. De meeste uitvaartverzekeraars hanteren in de eigen polisvoorwaarden daarom deze wettelijke grens. Als een kind eerder levenloos ter wereld komt, of na minder dan 24 uur na de geboorte overlijdt, valt dit doorgaans formeel niet onder de dekking en worden per geval passende oplossingen gezocht op basis van coulancebeleid.
Het stellen van een grens voor het moment waarop een levenloos geboren kind wel of niet onder de werking van de uitvaartverzekering valt, wordt door ouders veelal als zeer pijnlijk ervaren. Uitvaartverzekeraars ondervinden dan ook dat coulance in deze context geen passende oplossing biedt. Deze aanpak doet immers afbreuk aan de erkenning van het verdriet dat ouders in een dergelijke situatie ervaren. Verzekeraars hebben de ambitie zekerheid aan klanten te bieden en hun bedrijf op een maatschappelijk betrokken manier uit te voeren. In een open dialoog met betrokkenen die onlangs plaatsvond was de gezamenlijke overtuiging dat uitvaartverzekeraars hier altijd een rol in hebben te vervullen.
Het advies dat het Verbond nu aan zijn leden verstrekt houdt in dat de 24-weken grens in de polisvoorwaarden wordt losgelaten en kinderen die na 1 januari 2013 levenloos worden geboren of na de geboorte overlijden altijd onder de werking van de uitvaartpolis te laten vallen. Dit advies is van toepassing op zowel nieuwe, als bestaande uitvaartpolissen. Het uitgangspunt in het handelen is erkenning van het verlies en de toegevoegde waarde die de verzekeraar ouders kan bieden bij de rouwverwerking. 
De ervaring leert dat bij levenloos geboren kinderen de uitvaartbehoefte van de ouders doorgaans afhankelijk is van de duur van de zwangerschap. Zo wordt bij een relatief korte duur van de zwangerschap vaak gekozen voor een beperkt ritueel, in beperkte kring. Vanuit deze ervaring ziet het Verbond het als maatschappelijk gepast wanneer in polisvoorwaarden een begrenzing in tijd wordt aangegeven, en dat de verzekeraar onder deze grens een aangepaste vorm van vergoeding of dienstverlening kan bieden die past bij de behoefte van de ouders. Hierbij is het advies van het Verbond om de begrenzing in tijd niet vast te stellen boven de 20 weken.