Carrierebreuk

Bij een nieuw dienstverband krijgt de werknemer meestal te maken met een nieuwe pensioenregeling. Sinds 1994 is het wettelijke recht van waarde-overdracht vastgelegd in de PSW (Pensioen- en Spaarfondsenwet). Bij waarde-overdracht wordt de pensioentoezegging bij de oude werkgever in zijn geheel afgekocht. De afkoopsom wordt vervolgens gestort bij de nieuwe pensioenuitvoerder. Deze extra premiestorting wordt op basis van het aanvangssalaris bij de nieuwe werkgever herleid naar een aantal deelnemingsjaren. Deze extra deelnemingsjaren worden vervolgens opgeteld bij het aantal op te bouwen deelnemingsjaren onder de nieuwe regeling.

Als de nieuwe pensioenregeling identiek is aan de oude en het eindloon bij de oude werkgever gelijk is aan het aanvangsloon bij de nieuwe werkgever, dan zou de werknemer precies evenveel deelnemingsjaren krijgen als dat hij onder zijn oude regeling gekregen zou hebben. Indien er sprake is van een hoger aanvangsloon bij de nieuwe werkgever of een lager AOW-franchise in de nieuwe pensioenregeling, zouden er minder deelnemingsjaren kunnen worden ingebouwd. Een volledig pensioen op basis van 70% van de nieuwe grondslag is dan, ondanks de waarde-overdracht, niet haalbaar. Dit wordt carrièrebreuk genoemd.